Historie 1952-1964 – Van der Boog & Van den Bosch

//Historie 1952-1964 – Van der Boog & Van den Bosch
Historie 1952-1964 – Van der Boog & Van den Bosch2018-08-23T11:59:50+00:00

Oprichting van de Firma in 1952

Bij akte van de toenmalige notaris Pasma te Noordwijk is in 1952 de “Firma van den Bosch en Zonen” opgericht. Opa Piet (senior), inmiddels al 57 jaar oud, ging een samenwerking aan met zijn zoons Piet (junior) en Henk, resp. toen 27 en 22 jaar oud.

Opa op een bruiloft in 1946.

Al snel verrezen er een paar trekkassen van een voor die tijd fors formaat om in de winter tulpen te broeien. En in 195o werd de eerste kas gebouwd. Dit was een “Venlokas”, de zogenaamde “zeskapper” met een kapbreedte van 3,05 meter, houten onderbouw met éénruiters op het dek en gestookt met een kolenkachel. ‘s Zomers gingen de dekramen eraf en oude camouflagenetten uit de oorlog erop om in de schaduw zaai-freesia te kunnen telen in de open lucht.

Kort na de zeskapper verrees de “vierkapper” aan de oostkant ernaast. Hetzelfde model kas, maar nu was de onderbouw gelast van stukken tramrails. Deze twee kassen stonden aan de zuidkant van het land, tegen wat nu de Akkerwinde is.

Luchtfoto van Rijnsburg – west uit 1951, met op de voorgrond de “zeskapper” achter het huis van buurman Star aan de Katwijkerweg. Op de achtergrond de “uitjesfabriek” aan de Vliet.

Ook hadden ze bakken “plat glas” om jong spul voor te kiemen, vaste planten te vervroegen en “Vergeetmenietjes” te telen onder glas. Als die bakken plat glas te warm werden, ging er een steentje of houten blokje onder de éénruiters die erop lagen. Hier komt de term “een blokje lucht zetten” vandaan die heden ten dage door oudere tuinders nog wordt gebruikt. Vervolgens werd het land in noordelijke richting volgebouwd. Achter die kassen is later de Beatrixschool verrezen.

In die kassen verschenen de heteluchtkachels die werden gestookt op petroleum (in de volksmond “peterolie”). Die kachels hadden veel onderhoud nodig vanwege roetvorming in de verbrandingskamer, het zogenaamde “dicht roeten”. Als je dat niet bij hield ontstond er een “ploffer”, want dan vatte het roet vlam en sloegen de vlammen de kachel uit. Dat was natuurlijk levensgevaarlijk in de lage houten kassen van die tijd. Later kwamen er ook nog plastic slurven aan die kachels om de warmte te verdelen, dat was zo mogelijk nog gevaarlijker.

In 1952 kwam er een jochie van 12 jaar in zijn korte broek met z’n vader langs om te vragen of hij bij van den Bosch kon werken. Dat was Koos Verhoeven uit Leiden. Hij deed de Tuinbouwvakschool aan de Sandtlaan, zijnde 1 a 2 dagen naar school en de rest van de week werken in de praktijk. Hij is er heden ten dage nog! Inmiddels 69 jaar oud, allang met de VUT, maar zo vergroeid met het werk tussen de plantjes dat hij voor de lol nog parttime meedoet.

Overigens is er nog een medewerker langdurig bij het bedrijf. Dat is Jan Schijff uit Rijnsburg, broer van de alom bekende weerman Bas. Hij is in 2010 veertig jaar bij de zaak, gekomen na zijn militaire dienst in 1970 en ook een gewaardeerde kracht geworden.

Vele anderen zijn door de historie gekomen en weer gegaan, in vroeger tijden werkten er 13-14 man op het bedrijf, want tuinbouw was toen erg arbeidsintensief. Ook zijn er veel stagelopers uit binnen- en buitenland over de vloer geweest. Daar werden veelvuldig geintjes mee uitgehaald. Eén daarvan was in de zeventiger jaren, waar een naïeveling naar een collega kweker werd gestuurd om “de schop met een voetje” te halen. Zogenaamd om de veurtjes in het land mee uit te “schuimen”, daar had je een schop voor nodig met een knik in het blad (dat zou dan het “voetje” zijn). Uiteraard werd hij niet naar de buurman gestuurd, want dan was de lol gauw over. Dat resulteerde dus lekker ver weg aan de andere kant van het dorp in een flinke schop voor z’n kont!

In de jaren zeventig hadden we een goed contact met de middelbare tuinbouwschool in Lisse en hebben ze ’s winters in de “tulpentijd” een hele rits stagelopers van die school gehad. Nu liggen er contacten met een school in midden Frankrijk die hier jaarlijks met een groep zijn die ze verspreiden over bedrijven in de regio Rijnsburg.

Toen Koos Verhoeven 50 jaar bij de zaak was in 2002 hebben ze een feestje gehouden en zoveel mogelijk oud collega’s als verrassing uitgenodigd. Daar bleek dat een flink deel een eigen bedrijf was begonnen nadat ze bij van den Bosch mede het vak hadden geleerd.

De koningin op bezoek in 1961. Uitleg over tulpenteelt door Piet van den Bosch jr. en Piet van Dijk, chef van de proeftuin in Rijnsburg ( rechts op de foto ).

De barre winter van 1963
Sneeuwduinen van drie meter hoog, langdurig strenge vorst, waterleidingen bevroren diep in de grond en bijna geen bloemenhandel. Dat is wat in de herinnering is blijven hangen van die vreselijke winter. Piet en Henk van den Bosch hadden de koppen bij elkaar gestoken met Adrie van der Meij die een kwekerij had aan het additioneel kanaal. Bij toerbeurt liepen ze ’s nachts de wacht in elkaars kassen om alle heteluchtkachels te bewaken en draaiend te houden. Desondanks bevroren er nog gewassen in de hoeken van de kas. Uit het bedrijf van collega Adrie v.d. Meij is later overigens het chrysanten stekbedrijf “Van der Meij” in Valkenburg ontstaan ( nu onderdeel van Kon. van Zanten ). In de historie buren van elkaar en de volgende generatie in Valkenburg weer!

Die winter was de aanleiding om betere en vooral dichtere kassen te gaan bouwen die goed warm te houden waren. Dus moest er geïnvesteerd worden en daar had opa – inmiddels 68 jaar oud – geen trek meer in. Dus hij trad eruit en de firma werd voortgezet door de twee jongere firmanten Piet junior en Henk. Stilzwijgend hebben ze de naam toen omgedoopt in “Fa. P. van den Bosch en Zonen”. Die extra “P “ was ter ere van opa, de oprichter die het bedrijf door de crisisjaren en de oorlog had geloodst. Onder deze naam heeft het bedrijf bestaan tot 1 januari 1988.

Naar Historie 1964-1988