Historie 1940-1952 – Van der Boog & Van den Bosch

//Historie 1940-1952 – Van der Boog & Van den Bosch
Historie 1940-1952 – Van der Boog & Van den Bosch2018-08-23T11:59:19+00:00

De Tweede Wereldoorlog

In mei 1940 braken de gevechten uit rondom het Vliegkamp Valkenburg en omgeving. Duitse parachutisten hadden zich o.a. verschanst in de “Kalkzandsteenfabriek” naast de groenteveiling in Katwijk aan den Rijn. Het Hollandse leger stelde toen een stuk geschut op in een kuil op het “kistjesland” waar in de winter tulpen werden opgekuild. Opa’s rietmatten werden rond de kuil staande ingegraven ter camouflage van het kanon. Dat was op de plek die nu de hoek vormt van de Katwijkerweg en de Akkerwinde. Vandaar uit bestookte de artillerie de Duitsers in Katwijk aan den Rijn en later in Valkenburg tot de strijd gestaakt werd na drie dagen.

Peter vertelt: “Mijn vader was toen 15 en rolde abrupt de oorlog in, met een bulderend kanon vlak naast het huis. Hij heeft voor dat kanon vele kruiwagens munitie aangevoerd vanuit de Dubbele Buurt waar een paard en wagen met granaten van het leger stond. Die oorlog heeft diepe indruk op hem gemaakt, hij moest zich later ook schuil houden voor de Duitse “Arbeitseinsatz “. Ik heb in mijn jeugd vele oorlogsverhalen gehoord. Over dingen die ze stiekem bij de Duitsers ’s nachts met behulp van een roeiboot hebben gesaboteerd en dat ze beschoten werden als ze voor ‘t hout bomen gingen zagen in het Heerenschoolbos achter de Wilbert”.

Teeltvergunning uit 1942

Die oorlog was voor het gezin Van den Bosch – zoals voor iedereen – een moeilijke tijd. Hollandse troepen waren in de meidagen van 1940 versneld uit Noord Holland gekomen om rondom Den Haag te vechten en opa en oma kregen een soldaat van de veldartillerie ingekwartierd.
Toen de bezetters vervolgens kwamen hadden die de lijsten in handen gekregen van mensen waar soldaten in huis hadden gezeten en besloten ze om bij die gezinnen een Duitse soldaat onder te brengen. De gedachte was blijkbaar dat daar ruimte in huis was. En zo zat het gezin aan het begin van de oorlog ruim een jaar opgescheept met een jonge knaap uit de Hitlerjugend. Die wilde zich alleen maar in een teil steenkoud water wassen, zo erg waren ze in Duitsland gedrild.
Wel hadden ze in de hongerwinter ’44 -‘45 redelijk te eten dankzij allerlei soorten dieren (waaronder de eerder genoemde “logeerkoe”) en het feit dat opa groenteteler was.

Historie na de oorlog
Na de bevrijding in 1945 pakte opa zijn groente en bloementeelt weer op en zoon Piet ging mee werken. In de winter vulde Piet junior zijn tijd door te gaan werken als bloembinder. Hij was een creatieve man en liefhebber van bloemschikken. Na wat baantjes bij bloemenwinkels in Wassenaar en Leiden stapte hij na een paar jaar op aandringen van zijn ouders in 1952 toch volledig in het kwekerijbedrijf. En dat samen met zijn jongere broer Henk. Zo ontstond de Firma van den Bosch en Zonen, maar daarover later meer.
Voor bollen- en kistentransport en allerlei grondwerk werd in die tijd voerman Joris Zandbergen van de Vliet ingeschakeld. Die is een keer met zijn eerste nieuwe tractor aan de Katwijkerweg de Vliet ingereden. Hij had dat ding net en kon er nog niet goed mee overweg, en dus plons ….. Met die tractor kon Zandbergen “kabelen”, oftewel ploegen met een staalkabel. De tractor bleef dan op het pad of de weg staan en de ploeg trok je dan met de kabel door de grond, zodat je niet over het land hoefde te rijden.

Corsodeelname met een paard en wagen, net na de oorlog.

Jaap Zandbergen (“Jaap van Jorissen”) en Piet jr. zijn uiteindelijk grote vrienden geworden, een dolletje over Paapse gewoontes en protestantse eigenaardigheden hoorde erbij. Firma Zandbergen werkt heden ten dage in de kas nog steeds voor Van der Boog & van den Bosch. Inmiddels wordt dat bedrijf gevoerd door Mart – kleinzoon van Joris – en zijn zoon Mart junior.

Overigens, over de Vliet gesproken: De grote motorbakfiets van Fa P. van den Bosch en Zn, (de opvolger van de trapbakfiets) waar ze mee naar de veiling reden is ook een keer de plomp in gegaan. Piet jr. moest even naar het dorp en had hem aan de kade bij het Rapenburg niet op de handrem gezet. Dat was dus ook plons… Gelukkig bleef de staart met het motorblok boven water. Maar dit was wel aanleiding om een losse reserve motor erbij te kopen zodat het vehikel ten allen tijde rijdend was te houden naar de (oude) veiling Flora.

Naar Historie 1952-1964