Innovaties – Van der Boog & Van den Bosch

/Innovaties – Van der Boog & Van den Bosch
Innovaties – Van der Boog & Van den Bosch2018-08-24T05:02:21+00:00

Innovaties in teelt en sortiment door de jaren heen

 

De Nederlandse tuinbouw is groot geworden door ondernemersgeest en voortdurende vernieuwing. Ook opa en later de Firma. van den Bosch heeft daar aan mee gedaan en dat is heden ten dage bij Van der Boog & van den Bosch nog steeds zo. Meewaaien met trends was ook altijd het devies, want de markt verandert en dan moet je mee. Innovatie is een must !

Een opsomming in willekeurige volgorde.

Opa begon al voorzichtig met productvernieuwing in de crisisjaren voor de oorlog. Dat was bittere noodzaak in die tijd, men was op zoek naar nieuwe inkomsten. Zo was hij één van de eersten in Rijnsburg die begon met de teelt van buitenbloemen. Dat waren o.a. korenbloemen en margrieten en in de winter en ‘t voorjaar tulpen.

Korenbloemen: Die hebben z’n kleinzoon Peter en Henk van der Boog eind jaren 70 ook nog opnieuw geteeld voor een zakcentje. Een soort wederopstanding van dat gewas dus, twee generaties verder. Dat om de reden dat dat spul toen gewild was voor handel naar Zweden.
Dit was feitelijk de allereerste samenwerking van de twee zwagers die ze naast hun baan erbij deden en is de opstap geweest naar de latere “Firma van der Boog & van den Bosch”.

Margrieten: Die teelt is na de oorlog doorgegaan en daar heeft Piet junior door jaren selecteren een hele vroege selectie van gemaakt die tot eind jaren zeventig in gebruik is geweest. Dat waren de vroegst bloeiende margrieten van Rijnsburg en die groeiden zo snel dat onder glas verder vervroegen niet kon, want dan werden de steeltjes te dun.Door de jaren heen zijn er verschillende keren zaadplanten van het land gejat, maar daar is nooit wat uit voort gekomen. De sociale controle in het dorp was gelukkig groot.
Peter vertelt: “Met de kennis die we nu hebben van plantenveredeling weten we waarom het ras uiteindelijk buiten gebruik is geraakt. Mijn vader was een hele creatieve man die experimenteerde met het kruisen van rassen enz., maar verstand van overerving en instandhouding van een ras had hij niet. En zo is het ras langzaam door inteelt achteruit gegaan en tenslotte is de teelt beëindigd “.

Anjers: Zo’n typisch gewas uit de jaren ’50 en ’60. De kassen aan de Katwijkerweg hebben vol gestaan met rassen uit de Amerikaanse “Sim” serie totdat het vaatziek toe sloeg. Anjers zie je inmiddels bijna niet meer in Nederland, veel te arbeidsintensief.

Anthurium: Toen de anjers werden geruimd is Fa. van den Bosch als één van de eersten in Nederland in de snij-anthuriumteelt gegaan. Die werden toen nog vermeerderd uit zaad en dat deden maar twee bedrijven in Nederland. Door die zaadvermeerdering was het een kleurenmengsel in de kas. Later kwam de opkweek van jonge plantjes uit meristeem cultuur ( weefsel kweek ) en ontstonden er rassen op kleur, maar daar hebben ze niet meer aan mee gedaan door de sterk stijgende energie prijzen in de jaren 70. Deze teelt was overigens verwoestend voor houten kassen, want het gewas was subtropisch en dus rotte er overal hout door van het vocht en de condensvorming. Dat was ook de reden dat er in 1982 en ’83 moderne aluminium kassen verschenen aan de Katwijkerweg. Dat was echt nodig, want zelfs de goten waren hier en daar doorgeroest.

Gerbera: Ook zo’n gewas waar ze als één van de eersten mee begonnen. Ook hier hetzelfde verhaal als bij Anthurium, gemengde kleuren uit zaad in de kas en toen er teveel kwamen vanuit meristeem cultuur zijn ze er weer mee gestopt. Ook dit gewas heeft last van wortelziekten en dat was mede een reden om te ruimen.

Asparagus: Een trend gewas wat vroeger werd gebruikt als een veertje snijgroen bij een bosje Freesia. Toen daar de sjeu af ging omdat het uit de mode raakte hebben ze nog een beetje “meyerii” ( Ook Asparagus ) gehad om te proberen, maar die kas liep volledig onder het vuil ( onkruid ) van zogenaamd “springklaver” en moest worden geruimd.

Japanse bandwilg: Feitelijk een wilgen tak die misvormd groeide met kromme bandvormige, platte takken. Dit heeft een tijdje als gesnoeide struikvorm op de Voorhouterweg gestaan. Was ook een trendy iets, wat gewild was in bloemwerk, maar vanwege ’t volume nam de handel het uiteindelijk niet meer mee.

Physostegia – Ras “Van den Bosch” met hommel op bezoek.

Physostegia: Door de handel kortweg “Stegia” genoemd en in het Nederlands bekend als “Scharnierbloem”. Van dit vaste plantengewas voor buitenteelt had Fa. van den Bosch een eigen ras gemaakt vanuit een omvangrijk kruisingsprogramma. Dit ras was een kruising van het ras “Summersnow”, een in juli bloeiende witte met het paarse ras “Bouquet roze” die pas eind augustus begon te bloeien. Hun eigen “Ras van den Bosch” was lila-paars en bloeide al begin augustus, waardoor ze veel eerder op de veiling kwamen dan de massa. Deze teelt heeft tot begin jaren negentig voortgeduurd, toen viel de productie van het ras terug omdat het land op de Voorhouterwg (zware klei, dus soms te nat) eigenlijk niet zo geschikt was en ze door de opsplitsing van het bedrijf te weinig vers land elders voorhanden hadden om vruchtwisseling toe te passen.

Naar Vervolg Innovaties