Innovaties – vervolg

Innovaties – vervolg2018-08-23T12:13:30+00:00

Innovaties historie vervolg

Vaste plant Helianten: Toen in de jaren 90 de “Stegia” als teelt uit productie ging is Van der Boog & van den Bosch grootschalig in de buitenteelt van dit gewas gegaan. Ze waren al een paar jaar bezig om een partij plantmateriaal te vormen, want dat ging vrij langzaam. Uiteindelijk heeft een groot deel van het land op de Voorhouterweg hiermee vol gestaan. In 1996 is het perceel land met gewas en al van de hand gedaan toen het bedrijf naar Valkenburg verhuisde.

Eigen selectie Kamstatice als droogbloem: In de jaren tachtig waren droogbloemen enorm in de mode. Heel Rijnsburg deed eraan mee in de teelt en de verwerking. Zo hing het plafond van de schuur en zelfs het ketelhuis in de Katwijkerweg vol met bosjes roze Rodanthe en “Paars papier”, (dit was er ook in wit en heette officieel “Xeranthemum”).

Xeranthemum annuum ( “Paars papier” )

Hoezo brandgevaarlijk ?!? En dat gebeurde dus ook, ze hebben het brandje in het ketelhuis net op tijd kunnen blussen.
Die kamstaticeteelt werd grootschalig aan gepakt toen Piet jr. een eigen selectie had gemaakt die niet zo vast in elkaar groeide. Daardoor was het bossen van de takken een stuk makkelijker en brak het gewas in droge toestand niet meer zo kapot. Bergen van dat droge spul zijn er weg gegaan. In 1987 is deze activiteit beëindigd toen de zaak in tweeën uit elkaar viel door de uittreding van de overgebleven firmant Henk van den Bosch. De mode in de droogbloemen was toen ook al een beetje over aan het raken.

De 5 C tulpen: Een gedenkwaardig wapenfeit uit de jaren 60 is de uitvinding van de teelt van “5 C tulpen”. Fa. P. van den Bosch en Zn. had deze innovatie in samenwerking met het Laboratorium voor Bloembollenteelt” in Lisse ontwikkeld. Tot die tijd was tulpen in bloei vóór de kerst nauwelijks mogelijk. Men had alleen in die tijd van het jaar de beschikking over de mini tulpjes van het ras “Brilliant Star” voor kerst stukjes. Peter vertelt : “Ik heb zo nu en dan bij de vergaderingen gezeten van de onderzoekers Möhlman en Beukers uit Lisse met mijn vader en oom. Er waren best veel bollenpreparatie – en teeltproblemen te overwinnen in die vollegrondsteelt. Daar zijn ze zeker drie jaar mee bezig geweest.”
Uiteindelijk leidde dat ertoe dat er in de 2e week van december 1965 ineens rode snij tulpen van het ras “Apeldoorn” voor de klok verschenen. Er ging een gegons over de tribune en de knoppen van de kopersbanken rammelden massaal bij de inzet door de veilingmeester. Op de 1e dag was de middenprijs f 11.85 per bos van 10 stuks, voor die tijd ongekend hoog. De volgende dag was dat ruim f 3,-, wat nog erg veel was. Uiteindelijk heeft het bedrijf deze teelt vol gehouden tot 1996 toen ze verhuisden naar Valkenburg.

Aziatische lelies: Begin jaren 60 heeft het bedrijf als eerste in Nederland de teelt van lelies gestart. Na wat experimenten kocht de firma in 1965 peperdure bollen van een Amerikaans bedrijf genaamd Jaan de Graaff om de teelt grootschalig op te zetten. Dat waren zogenaamde Aziaten in 7 kleuren en daarbij zaten o.a. de rassen “Enchantment” en “Tabasco”. Die bollen kwamen aan in zaagsel in dicht gespijkerde kratten. Het was een volkomen nieuwe teelt en toen dat voor de klok kwam stond de tribune ook op z’n kop. Helaas vingen ze van de bloemen ongeveer even veel als de bollen hadden gekost en zijn ze er direct weer mee gestopt. Dat was niet zo handig, want het jaar daarop pakten een paar anderen in Rijnsburg dit op en hebben daar goud mee verdiend, want toen was de markt er rijp voor.

Gomphrena (“Gompies”)
Dan zijn er ook nog enkele gewassen kortstondig voorbij gekomen en om verschillende redenen al gauw weer verdwenen. Daar zaten kleine “Butterfly” gladiolen bij met een gekleurde lip in de bloem en vreemde zaaigewasjes zoals Gomphrena (“gompies”) en Ipomopsis. Dat laatste was een zogenaamde “stoffer- en blik-bloem”, waarmee de handel bedoelt dat het gewas de overrijpe bloemetjes laat vallen. “Die dingen ruien” zei men dan en kocht ze niet meer.

<- Gomphrena ( “Gompies” )   Ipomopsis –>

Potplanten: Dat is ook kortstondig geprobeerd. Toen de groene planten in de mode kwamen verschenen er ineens pakketten dunne stammen van het gewas Draceana – ook bekend als “Drakenbloedboom” – in de schuur. Die kwamen via import uit Brazilië, werden aan stukken gezaagd en opgepot om te wortelen en scheutjes te maken.
Tijdens het zagen kwamen er agressieve tropische mieren uit de stammen die maar wat graag wilden bijten. Daarop hebben ze die stammen maar snel in een bak water gedompeld om die mieren te verdrinken. Uiteindelijk was er de keus om door te gaan in de potten en daar dan fors voor te investeren. Dat is niet gebeurd en daarmee was dit avontuur snel ten einde. Wat daarin ook mee speelde was dat Flora in Rijnsburg geen goede potplanten veiling was. Daar moest je voor naar Aalsmeer en dat zagen ze niet zitten.

Zaai-asters: Daar is weinig meer over bekend dan dat het bedrijf in de jaren 50 een eigen gemengde selectie had met een mooie kleurenverdeling. Met deze selectie is het niet zo best afgelopen. Toen het bedrijf aan de anjerteelt in de kas begon hadden ze voor dit gewas geen tijd meer. Henk van den Bosch bood de partij zaad aan een grote zadenhandelaar in Enkhuizen ( Sluis en Groot ) aan voor f 1000, -. Toen de vertegenwoordiger terug kwam om te melden dat ze het wel wilden maar het te duur was naar hun zin, antwoordde Henk : “Dan krijg je helemaal niks” en gooide de zak zaad zo in de brandende kolenketel.

Hypericum: In de jaren ’80 heeft er een enorm groot kruisingsprogramma gelopen met deze besheester. Dat leidde tot een groot aantal zaailingen met veel grotere bessen dan het oude ras, die verspreid over Rijnsburg opgeplant stonden. Verschillende Rijnsburgse commissionairs hebben grote hoeveelheden van dat spul in de markt gebracht, vooral Hans van Egmond in de Hofstraat ( “de Mop”) wist er wel raad mee. In de elfstedenwinters van 1985 en ’86 bevroor van de zaailingen zo’n 75 á 80 % omdat één van de kruisingsouders een niet winterhard ras was geweest. En dat waren vooral de mooiste nieuwelingen.
Bij de opsplitsing van het bedrijf in 1987 vonden de zwagers Peter van den Bosch en Henk van der Boog de teelt van dit gewas – vanwege dat gebrek aan winterhardheid – te onzeker om er een inkomen uit te halen. De Hypericum is toen in handen gekomen van de familie die uit de zaak stapte en op de Oegstgeesterweg ging tuinen. Later hebben zij dit als “Flair” serie naar Israël en vervolgens Afrika gesleept (waar het uiteraard niet vriest) en heeft deze teelt daar een flinke vlucht genomen.

Vervolg Recente innovaties